Prof. Dr. Dirk de Ruysscher ontvangt prestigieuze Regaud award bij Estro Congres

Prof. Dr. Dirk de Ruysscher, radiotherapeut-oncoloog bij Maastro ontving tijdens het Estro Congres onlangs de prestigieuze Regaud prijs. Eerder ontvingen grote namen binnen het radiotherapeutisch vakgebied reeds deze prijs, zoals Harry Bartelink (2006) en Jean Bourhis (2017). Dirk de Ruysscher ontving de prijs voor die resultaten van zijn kankeronderzoek die daadwerkelijk de patiëntenzorg heeft veranderd. “Samen met mijn team heb ik hiervoor de afgelopen jaren diverse aspecten onderzocht in de behandeling van kanker,” stelt hij. “Kijkend naar de toekomst verwacht ik goede resultaten van de integratie van radiotherapie met andere behandelingen, zoals immunotherapie.”

Integratie behandelingen

Tijdens een radiotherapeutische behandeling wordt een tumor bestraald met als doel zo veel mogelijk schade toe te brengen met zo weinig mogelijk bijwerkingen. Maar in het vaststellen van de juiste behandeling spelen verschillende factoren een rol, zoals de grootte tumor, de duur van de behandeling en de sterkte van de bestraling. En steeds meer speelt ook de integratie mee met andere behandelingen. “En dus ook in ons onderzoek,” vertelt Dirk de Ruysscher. “Want bijvoorbeeld in de radiotherapeutische behandeling van longkanker wordt al regelmatig chemotherapie geïntegreerd. Dan krijgt een patiënt dus tegelijkertijd beide behandelingen: radiotherapie en chemotherapie. Hiernaar hebben we natuurlijk vooraf onderzoek gedaan. Maar ook nu doen we onderzoek naar hoe we beide behandelingen het beste op elkaar kunnen afstemmen. Bij dit onderzoek spelen vragen, zoals wanneer wordt gestart met chemotherapie? Welke dosis wordt er gebruikt? Mooi is dat we de resultaten van deze onderzoeken direct kunnen toepassen in onze kliniek.”

Sceptisch

Voor de toekomst heeft Dirk de Ruysscher goede verwachtingen van de integratie van immunotherapie en radiotherapie. “Om echt hiermee een doorbraak te bereiken, is het van belang dat we nog meer gaan begrijpen van de biologie van onder meer onze menselijke cellen. Daar is nog veel onderzoek voor nodig. En daar ben ik sceptisch over. Ik ben ongerust over de oplopende kosten van onderzoek door onder meer de toenemende administratieve lasten. Voor steeds meer zaken worden procedures en regels bedacht. Niet altijd is het nut hiervan duidelijk. Maar al bij al vergen nieuwe regels en procedures veel van onze tijd en energie. En dus geld. Terwijl wij binnen ons instituut niets liever willen dan dat patiënten zo snel mogelijk profijt hebben van de resultaten van ons onderzoek. Binnen ons instituut is die drive heel groot.”