Voor mammacarcinoom zijn momenteel vooral acute coronaire events relevant in de keuze voor protonentherapie of niet. “We passen protonentherapie toe als het risico op een toekomstig hartinfarct met meer dan 2% vermindert,” aldus Dr. Karolien Verhoeven, radiotherapeut-oncoloog bij Maastro. “Zodra het LIPP-longkanker is goedgekeurd, zullen we het model voor radiatiepneumonitis dat daarin beschreven wordt, ook mogen gebruiken voor de selectie van mammacarcinoom patiënten. De verwachting is echter dat long toxiciteit maar zelden een indicatie zal zijn voor protonentherapie bij mammacarcinoom patiënten.”

Bijzondere anatomie

Meer dan de helft van de patiënten die we tot nu toe met protonentherapie bestraald hebben, hadden een indicatie voor protonentherapie op grond van een bijzondere anatomie, waardoor er veel hart in het bestralingsveld kwam. Ook hadden de meeste patiënten met een indicatie voor protonentherapie, cardiovasculaire risicofactoren. De gemiddelde hartdosis verminderde met protonentherapie van 4.8 Gy naar 1 Gy, dat zich doorvertaalde in een winst van 2.72% minder kans op een acuut coronair event.

Handige ‘pre-selectie-tool’

Dat betekent dus dat we het planvergelijk niet alleen bij patiënten met linkszijdig mammacarcinoom en parasternale bestraling moeten uitvoeren. Ook bij patiënten met een onverwacht hoge dosis op het hart, zeker in de aanwezigheid van cardiovasculaire risicofactoren. Om snel te kunnen zien of een planvergelijk nuttig is, is een handige ‘pre-selectie-tool’ gemaakt. Deze kan u bij ons opvragen.

X