Hoofd-Hals update

Korte terugblik sinds introductie protonentherapie

Er is tot op heden (18-6-2020) in totaal bij 117 Hoofd-Hals patiënten een planvergelijk aangevraagd. Bij 34 patiënten was de kans op droge mond en dysphagie met het fotonenplan al zodanig laag dat er geen indicatie was voor het uitvoeren van een planvergelijk, omdat er bij deze groep geen winst van protonenbehandeling te verkrijgen was. Bij 4 patiënten was er geen planvergelijk mogelijk, met name vanwege van metaal-artefacten dichtbij het doelvolume, waardoor bestraling met protonen technisch niet mogelijk is. Bij 79 patiënten is er daadwerkelijk een planvergelijk fotonen-protonen uitgevoerd, waarvan er 19 positief waren, d.w.z. met een berekend verschil in bijwerkingen (delta-NTCP – Normal Tissue Complication Probability) dat voldeed aan de eisen van het Landelijk Indicatie Protocol Hoofd-Hals tumoren.

Dat betekent dat er in 24% van de patiënten een indicatie was voor protonentherapie. In ongeveer 50% betrof het een lokalisatie in de oropharynx, 25% nasopharynx en de rest met name hypopharynx. Eén patiënt had een larynxcarcinoom. In alle gevallen betrof het patiënten die primaire (in tegenstelling tot postoperatieve) radiotherapie ondergingen, eventueel in combinatie met systeemtherapie. Alle patiënten met een positief planvergelijk kregen bilaterale halsbestraling. Bij 2 patiënten betrof het stadium I-II ziekte, bij de overige patiënten ging het om stadium III-IV (volgens TNM-7).

Leren van collega radiotherapeuten

Intussen zijn er vanuit de omliggende Hoofd Hals-centra meerdere patiënten verwezen voor een planvergelijk. Samen met de collega radiotherapeuten in het Radboud UMC Nijmegen, de Radiotherapiegroep en het Instituut Verbeeten zijn er naar aanleiding hiervan videogesprekken gevoerd met betrekking tot deze patiënten om uitkomsten en details van het planvergelijk te bespreken. Hierbij viel op dat er soms verschillen zijn in de houding in het masker, in de intekening van organs at risk en in de intekening van doelgebieden (CTV’s) of marges. Dit ‘kijkje in elkaars keuken’ leidt vaak tot interessante discussies. Tegelijkertijd kunnen deze verschillen ook van invloed zijn op de uitkomst van het planvergelijk.

Centrale vraag: Komt een patiënt in aanmerking voor een planvergelijk?

Een terugkerende vraag is welke patiënt nu écht in aanmerking komt voor een planvergelijk. Zonder een fotonenplan met bijbehorende berekening van de kans op bijwerkingen blijft dit ontzettend lastig. Pas als de kans op bijwerkingen met fotonen  inzichtelijk is, kan worden ingeschat of er met protonen voldoende winst bereikt zou kunnen worden. Gelukkig is er hiervoor een eenvoudige sheet1 (de zgn NTCP sheet) beschikbaar waarin een en ander snel berekend kan worden. Voor het opvragen van de NTCP- sheet, mail naar: communicatie@maastro.nl

Landelijke database

Het is nog te vroeg om te rapporteren over de uitkomsten van onze beperkte groep patiënten. Wel wordt op landelijk niveau gewerkt aan een eerste analyse van de reeds behandelde patiënten, waarbij op basis van de data, die geregistreerd worden in de landelijke PROTRAIT database, inzichtelijk gemaakt kan worden hoe de uitkomsten zijn met betrekking tot o.a. dysphagie en xerostomie.

Hoe gaat verwijzen in zijn werk?

Totdat ons verwijsportaal gebruiksklaar is, kan u patiënten verwijzen door een email te sturen naar protonenpv@maastro.nl., onder vermelding van het type tumor waarvoor u patiënt wil aanmelden en uw naam. Er wordt dan contact met u opgenomen om af te spreken hoe u de plannings CT met structuren en dosisverdeling via een beveiligde mail naar ons toe kan sturen. Uiteraard kan u voor verwijzingen of overleg ook naar Maastro te bellen (088 44 55 600), en vragen naar een arts om een protonen patiënt door te verwijzen.

Voor mammacarcinoom zal u hiervoor worden doorverbonden met de teamtelefoon van Team 2 of 3; voor longcarcinoom met de team telefoon van Team 3, en voor hoofdhalskanker en neurologische tumoren met de team telefoon van Team 4.

Er wordt naar gestreefd om het resultaat van het planvergelijk binnen 1 dag met u te bespreken, zodat u met patiënt kan bespreken of deze verwezen wil worden.