Wetenschappelijk onderzoek naar belemmeringen in verwijsproces

Sinds 2018 is protonentherapie beschikbaar in Nederland. Op dit moment is ongeveer 70 tot 80% van de huidige protonenpatiënten afkomstig van de 4 “moedercentra” (UMC Groningen, Erasmus MC, Leiden UMC, Maastro Maastricht) en slechts 20 tot 30% van de overige 14 radiotherapiecentra in Nederland.

Toegevoegde waarde protonentherapie

Maria Jacobs, bestuurder van Maastro Protonentherapie: “Er zijn ongetwijfeld goede verklaringen te bedenken waarom niet meer patiënten van andere centra verwezen worden. Echter ook bij andere centra zou een vergelijkbaar deel van de radiotherapie patiënten baat moeten hebben bij protonentherapie”. Vanuit het perspectief van de patiënt is het belangrijk te achterhalen waar deze verschillen vandaan komen. Alleen als zoveel mogelijk patiënten die potentieel voordeel hebben van protonenbehandeling ook daadwerkelijk verwezen worden, zullen we over een aantal jaren als radiotherapeutisch Nederland beter weten in welke situaties protonen nu echt meerwaarde opleveren.

Wetenschappelijk onderzoek inzicht naar factoren

De drie protonencentra starten daarom, ondersteund door de NVRO, in samenwerking met de Universiteit Maastricht en de Tilburg University, een wetenschappelijk onderzoek om zicht te krijgen op de factoren die verklaren waarom er zo weinig patiënten worden verwezen vanuit de overige radiotherapiecentra. Bij de zogenaamde PIONEER studie (Proton therapy AdoptIOn in the NEthERlands) staat het belang van de patiënten voorop. Met de resultaten van het onderzoek kan ervoor worden gezorgd dat patiënten die volgens de landelijke indicatie protocollen voordeel hebben van protonentherapie, dit ook daadwerkelijk aangeboden krijgen.

Landelijk goedgekeurde modellen

Liesbeth Boersma, directeur patiëntenzorg bij Maastro: “De exacte reden waarom verwijzingen achterblijven, terwijl je die op grond van de kankerincidentie en tumorsoorten wel zou verwachten, is nog onduidelijk. Wellicht onbekendheid met de meerwaarde van protonentherapie, onervarenheid in het selecteren van patiënten of lastige verwijsprocedures. We weten het niet precies. Vandaar juist dit onderzoek, omdat er nu patiënten zijn die volgens de landelijk goedgekeurde modellen deze behandeling zouden moeten krijgen.