Het voordeel van protonentherapie is dat het de kans op sommige specifieke bijwerkingen, die kunnen ontstaan bij radiotherapie, veel kleiner kan maken. Afhankelijk van de lokalisatie van de kanker kunt u hierbij denken aan het sparen van het hart, het voorkomen van een droge mond, slikklachten, neurocognitieve achteruitgang en specifiekere hersenschade.

Risico-organen

Bij protonentherapie stopt de straling grotendeels in de tumor. “Die komt hierdoor niet in het omliggende gezonde weefsel,” aldus Liesbeth Boersma, radiotherapeut-oncoloog en directeur patiëntenzorg bij Maastro. “Dit is vooral winst voor de omliggende risico-organen. Het vermindert aanzienlijk de kans op sommige specifieke bijwerkingen.”

Hoofd-hals en borstkanker

Afgelopen februari is Maastro met protonentherapie gestart. De primeur was voor een hoofd-halspatiënt. Een maand later kon de eerste patiënt met borstkanker worden behandeld met protonentherapie. “Bij patiënten met hoofd-halskanker die met protonentherapie worden behandeld, kunnen we bijvoorbeeld de kans op slikklachten en een droge mond veel kleiner maken,” vertelt Liesbeth Boersma. “Patiënten met borstkanker hebben vooral baat bij protonentherapie als het hart in de buurt ligt van het te bestralen gebied. Protonentherapie spaart het hart en kan de kans verlagen op het ontwikkelen van een hartinfarct in de jaren na de behandeling. Vooral bij patiënten bij wie de klieren links achter het borstbeen bestraald moeten worden, zien we dat protonen een veel lagere kans geven op een hartinfarct. Ook bij patiënten met linkszijdige borstkanker en een wat andere anatomie zien we soms verrassend veel voordeel.”

Neuro- en longkankerpatiënten

Inmiddels kunnen ook patiënten met hersentumoren terecht bij Maastro voor protonentherapie. En naar verwachting gaan de volgende maand de eerste longkankerpatiënten starten. Ook voor hen biedt behandeling met protonentherapie profijt doordat het specifieke bijwerkingen kan voorkomen. ”Bij patiënten met hersentumoren is de verwachting dat er minder achteruitgang is van de neurocognitieve functie. Daarnaast maakt protonentherapie het soms mogelijk toch een hoge dosis te geven op de tumor, zonder schade aan de hersenstam of bijvoorbeeld de oogzenuw, indien een tumor daar heel dicht tegenaan ligt. Bij longkankerpatiënten blijkt dat de kans op overleven groter wordt als we de dosis op het hart kunnen verlagen. Met protonentherapie kunnen we dat goed en dus verwachten we voor deze patiënten een verhoogde overlevingskans. Ook zal protonentherapie bij longkanker voordeel opleveren door een verminderde kans op schade aan de longen en slokdarm.”

Lymfoom

Patiënten met mediastinaal lymfoom kunnen naar verwachting vanaf medio oktober naar Maastro komen voor protonentherapie. “Bij patiënten met een mediastinaal gelegen lymfoom is er bij de conventionele bestraling een verhoogd risico op later optreden van hart- en vaatziekten. Een voorbeeld hiervan is een hartinfarct, dat veroorzaakt kan worden door vernauwingen in de kransslagaders, die (mede) ontstaan zijn door de bestraling. Deze effecten kunnen we met de nieuwe behandeltechniek verminderen en bij voorkeur voorkomen.”

Leercurcve

De ontwikkelingen voor protonentherapie gaan snel. Welke patiënten in aanmerking kunnen komen voor deze nieuwe behandeling is afhankelijk van het tempo waarop landelijke protocollen voor protonentherapie voor specifieke tumorsoorten gereed en goedgekeurd worden door ZiN. In deze indicatieprotocollen wordt beschreven wanneer patiënten in aanmerking komen voor protonenbestraling. “We maken voor iedere patiënt een ’planvergelijk’; we maken een bestralingsplan voor de patiënt met de conventionele fotonentherapie en een plan voor de innovatieve protonentherapie. Als het verschil in dosis volgens gevalideerde en gestandaardiseerde voorspellingsmodellen ook resulteert in een klinisch relevante afname van de bijwerkingen, dan is het toegestaan patiënt met protonentherapie te behandelen. De komende 1 à 2 jaar zitten we nog in de leercurve. We willen snel zo veel mogelijk ervaring op doen omdat we verwachten dat de verschillen tussen fotonen en protonen naar de toekomst toe alleen maar groter worden. We zien namelijk steeds duidelijker hoe de patiënt optimaal kan profiteren van deze nieuwste radiotherapie.”

X